Feestweek in Nieuwendijk. Dit kleine dorp loopt dan ook massaal uit om de nodige goudgele rakkers in de feesttent achterover te gooien. Vrijwel door elke persoon wordt deze handeling uitgevoerd, al dan niet door de keel, dan maar door de tent. Maar dit professionele drankgebruik kost de nodige energie, vandaar de frietkar naast de tent die hulp biedt. Vanuit de bierlucht wandel ik de iets frissere lucht in. Deze frituurlucht doet me ook geen goed, maar ik krijg er wel honger van. Ik bestel wat vette hap, wat friet heet, zodat een bodem wordt gelegd om later het feestgedruis weer op te kunnen gaan zoeken.

 

Bij de frietkar aangekomen word ik geconfronteerd met een ware kenner qua drankgebruik. Ik moet stellen, na een vluchtige blik over zijn gelaat, dat hij ook nu weer de nodige liters achterover heeft geslagen. En ja, mijn conclusie is juist wanneer hij tegen me aan begint te praten en bijna onderuit gaat, nadat hij leunend tegen een container aan staat die plotseling verschuift. We hebben hier te maken met een man die de Chute heeft groot gebracht, die jaren bij de harde kern heeft gezeten, die de pieken en dalen heeft meegemaakt, die bekend staat om zijn schadevrije jaren, die de klappen van de zweep kent, waar je op je hoede voor moet zijn, degene die je altijd een biertje aanbiedt en waar wij allen nog groot respect voor hebben. Ad.

 

Deze man inspireerde mijn om dit stukje te schrijven. Ik merk al snel dat deze man waarheden spreekt en met vochtige ogen (dit kan ook van het bier zijn) haalt hij herinneringen op die hij mee heeft gemaakt met de Chute. Herinneringen worden opgehaald van vroeger. Niet alleen van vier of vijf jaar geleden, maar zelfs toen wij nog geen bier lustten. Nadat hij een shagie opsteekt vervolgt hij zijn verhaal waar ik zelfs een beetje stil van word. Met enige beroering vertelt hij dat hij het mist om met “de jongens” op pad te gaan. “Lekker een beetje kloten in het bos, veel te weinig slaap, een mooi kampvuur en natuurlijk een kratje bier erbij”. Het zijn woorden van iemand die al veel heeft meegemaakt, met jongerenwerken zoals de Chute. Ik voel me daarom ook zeer vereerd dat hij dit zo tegen mij zegt en ondersteun hem fysiek, omdat de container al op de grond ligt. Nadat hij nog een slok van zijn bier neemt zegt hij dat hij volgend jaar weer een keertje langskomt; “ik mis de gezelligheid, die ik altijd terug kan vinden op de Chute”. Plotseling beginnen er bellen te rinkelen, nee, niet vanuit de tent, maar ik heb het idee dat ik dit al eens eerder heb gehoord. Toch heb ik enige bewondering voor deze man, omdat ik toch denk dat deze man waarheden spreekt. Terwijl hij met moeite uit zijn plastic bekertje een laatste slok neemt en het bekertje vervolgens tegen een voorbijganger aangooit, vertelt hij me nogmaals volgend jaar terug te komen naar de Chute.

 

Het was een legendarisch gesprek met deze bekende Nieuwendijker. Berucht of beroemd? Zijn het waarheden? Of zou je eerder denken aan een dronkemansgesprek en hoef je er voor de rest geen waarde aan te hechten……… Door al deze emoties ben ik helemaal mijn frietje vergeten.